Op maandag 15 juni is de eindrapportage van de Installatiemonitor 3.0 gepubliceerd. Dit onderzoek kijkt naar de prestaties van warmtepompen in Nederlandse woningen op basis van praktijkdata. De resultaten geven een goed beeld van hoe systemen daadwerkelijk functioneren.
Voor hybride warmtepompen schetst het rapport een duidelijk beeld: de technologie presteert goed, maar de resultaten hangen sterk af van ontwerp, installatie en gebruik.
Sterke prestaties in de praktijk
De cijfers laten zien dat hybride warmtepompen een aanzienlijk deel van de warmtevraag invullen. Gemiddeld wordt circa 78% aardgas bespaard. In een groeiend aantal woningen ligt de dekkingsgraad zelfs rond de 95% of hoger.
Ook op efficiëntie scoren hybrides goed. De gemiddelde SCOP komt uit op 3,4, dicht bij all-electric systemen (circa 3,5). Dat verschil moet wel in context worden gezien: all-electric systemen worden relatief vaak toegepast in woningen met een lagere warmtevraag en lagetemperatuurafgifte.
Ook geschikt met bestaande radiatoren
Een opvallende uitkomst is dat het afgiftesysteem minder bepalend blijkt dan vaak wordt gedacht. De verschillen in prestaties tussen vloerverwarming en radiatoren zijn in de praktijk relatief klein.
Dat betekent dat hybride warmtepompen ook goed functioneren in bestaande woningen met traditionele radiatoren. Juist dat maakt de technologie breed toepasbaar, zonder dat ingrijpende aanpassingen aan het afgiftesysteem altijd nodig zijn.
Grote verschillen door toepassing en gebruik
Tegelijkertijd laat het rapport zien dat prestaties sterk uiteenlopen. Er is ook een groep installaties met een dekkingsgraad van 50% of lager. Dat wijst niet zozeer op beperkingen van de techniek, maar vooral op verschillen in ontwerp, dimensionering en instellingen.
Een belangrijk aandachtspunt is het stookgedrag. Nachtverlaging, bijvoorbeeld, kan een negatief effect hebben op de bijdrage van de warmtepomp. In situaties waar dit niet goed wordt toegepast, daalt de dekkingsgraad aanzienlijk. De warmtepomp draait dan minder op momenten dat de warmtevraag hoog is, waardoor de cv-ketel vaker bijspringt.
Daarnaast speelt dimensionering een grote rol. Systemen die zijn afgestemd op de werkelijke warmtevraag van de woning presteren aantoonbaar beter dan systemen die puur op theoretische berekeningen zijn gebaseerd. Overdimensionering kan leiden tot een lagere efficiëntie doordat de warmtepomp vaker moet moduleren of uitschakelen.
Benutting kan beter
Bij meer dan de helft van de installaties wordt het potentieel niet volledig benut. Dat heeft vaak te maken met instellingen, te hoge aanvoertemperaturen of een minder optimale afstemming op de woning en het gebruik.
Dit onderstreept het belang van goede inregeling, monitoring en begeleiding van gebruikers.
Hybride en netbelasting
Naast prestaties in de woning is ook gekeken naar de impact op het elektriciteitsnet. Hier laten hybride systemen een duidelijk voordeel zien. De piekbelasting ligt lager dan bij all-electric oplossingen, doordat de cv-ketel bij lage buitentemperaturen een deel van de warmtevraag overneemt.
Dat zorgt voor een meer gespreide belasting van het net, wat in de huidige situatie met toenemende netcongestie een belangrijk aandachtspunt is.
Wat betekent dit in de praktijk?
De Installatiemonitor bevestigt dat hybride warmtepompen een effectieve en breed toepasbare oplossing zijn om aardgasverbruik te verminderen. Tegelijkertijd maakt het rapport duidelijk dat de uiteindelijke prestatie niet alleen door het product wordt bepaald.
Een goed ontwerp, juiste dimensionering, zorgvuldige installatie en passend gebruik maken het verschil. Juist daar ligt de sleutel om het maximale rendement uit hybride systemen te halen.
Voor installateurs betekent dit dat er kansen liggen om met kennis, inregeling en nazorg het verschil te maken. Voor woningeigenaren onderstreept het rapport dat een warmtepomp om een andere manier van verwarmen vraagt dan een traditionele cv-ketel en dat het belangrijk is dat zij hier vooraf goed over geïnformeerd worden.